De geschiedenis van de P.C. Hooft-prijs

We hebben verschillende literaire prijzen in Nederland, maar de meest belangrijke is toch wel de P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde. Deze oeuvreprijs wordt jaarlijks afwisselend toegekend voor proza, essayistiek en poëzie.

Dit jaar is het de beurt aan de poëzie en op donderdag 21 mei 2015 wordt tijdens een feestelijke bijeenkomst in het Letterkundig Museum, de prijs uitgereikt aan Anneke Brassinga.

Maar laten we eens in de geschiedenis duiken van deze literaire prijs. In 1947 werd de prijs ingesteld door de Nederlandse staat, ter nagedachtenis aan de 300e sterfdag van Pieter Corneliszoon Hooft, onze grootste renaissance dichter. De eerste uitgereikte P.C. Hooft-prijs kwam toe aan Amoene van Haersolte voor Sophia in de Koestraat.

De eerste winnares Amoene van Haersolte
Amoene van Haersolte

Tot 1984 werd de prijs toegekend door de staat op voordracht van een jury. Tot 1955 werd de prijs vergeven voor een individueel werk. Sindsdien wordt het beoordeeld op het gehele oeuvre dat de auteur heeft geproduceerd en vandaag de dag is er ook een geldbedrag van 60.000 euro aan gekoppeld. Van dit bedrag moest 25.000 euro aan een specifiek literair doel geschonken worden, maar sinds 2003 is deze eis vervallen.

Het gaat niet altijd goed
In 1971 werd de prijs geweigerd door Willem Frederik Hermans, nadat hem bij vergissing te veel prijzengeld was toegekend. Het verhaal verteld dat in 1972 minister P.J. Engels een vertrouwelijke brief aan Hermans stuurde dat de prijs aan hem was toegekend met een geld bedrag van fl 18.000. Na enig rondvragen kwam Hermans erachter dat het geldbedrag niet fl 18.000 was, maar slechts fl 8.000. Hierop stuurde Hermans minister P.J. Engels een brief terug met de mededeling dat hij de prijs en het geldbedrag van fl 18.000 graag in ontvangst zou nemen en of het bedrag voor de officiële uitreiking op zijn rekening gestort kon worden. Minister P.J. Engels schreef hem een brief terug dat het geldbedrag niet fl 18.000,= was, maar fl 8.000. De typiste had de fl voor een f1 aangezien!

Weigeraar Willem Frederik Hermans
Willem Frederik Hermans

Hermans stuurde de minister een brief terug met de zin ‘Men kan nauwelijks verwachten dat een schrijver zich bijzonder vereerd zal voelen wanneer hij bekroond wordt door een minister wiens handtekening van de ene dag op de andere fl 10.000 in waarde daalt. Ik heb daarom besloten geen prijs te aanvaarden.’.

De minister weigert
In 1984 weigerde Minister Elco Brinkman van Cultuur de prijs uit te reiken aan Hugo Brandt Corstius, omdat hij zich in de regel nogal ongepast uitliet over de toenmalige regering en premier Ruud Lubbers. Hierna is de prijs niet uitgereikt tot 1987 toen hij, door de inmiddels onafhankelijke stichting, alsnog aan Hugo Brandt Corstius werd toegekend.

De auteur weigert
In 1989 weigerde Jan Wolkers de prijs, omdat hij vond dat er bij het toekennen te veel fouten werden gemaakt, zoals het feit dat Marten Toonder nooit een prijs heeft gekregen en dichteres M. Vasalis pas na vele jaren de erkenning kreeg.

In 2005 heeft staatssecretaris Medy van der Laan de gedenkpenning, die hoort bij de niet-uitgereikte prijs van 1984, geschonken aan het Letterkundig Museum. Dit omdat volgens Van der Laan de prijs inmiddels deel is geworden van onze literaire geschiedenis en daarom in het museum thuishoort.

Dichteres Anneke Brassinga